Weesgegroetje Van mei voor jou #21

Wees-gegroetje

Twee jaar geleden, net een paar weken voor je verjaardag, je allereerste verjaardag waar je zelf niet bij was, dook-ie ineens op. Aan de rand van het gras. Een heel klein, teer, wild viooltje.
Een wees-gegroetje… daar waren we het al snel over eens. Dat kón toch gewoon niet anders?
Heel voorzichtig zagen we het mini-plantje tot bloei komen. Met prachtige paarse blaadjes.
Een zomer lang maaiden we er er heel omzichtig omheen. Keer op keer op keer.

En verdraaid, een paar weken geleden was het opnieuw raak.

Daar was –ie weer: ‘Vòila! C’est moi… de retour!’ Ik kon ‘m bijna hóren praten. (En vraag me nou niet waarom purperen plantjes opeens Frans zouden praten… eigenwijs trekje, zoiets.)

Hoe dan ook, al struikelend vielen Klein Meneertje en Meis vanuit de tuin over de drempel om ‘t nieuws te brengen. Opgetogen tot en met (‘Ik zag ‘m het eerst’ ‘Nietes: ik!’). Maar stiekem vooral opgelucht: Opa had weer nieuwe viooltjes gebracht! Dit ene kleine steeltje, knipogend temidden van dat net omgewoelde, naar mest stinkende gras, was zonder twijfel de meest kostbare schat in de tuin.

vmvj#21 by somesmallstories -1

En die werd gekoesterd. Bewaterd en bewaakt. Streng beveiligd, dát ook. Het viooltje bloeide niet zomaar middenin het gras, maar lag ook nog eens precíes in de aanvliegroute naar de trampoline. Alle redenen voor stevige spring- en landinstructies dus.

Totdat vandaag Speelvriendje van School de verleiding niet kon weerstaan.

Toen de poortwachters (neem maar van mij aan dat Klein Meneertje en Meis hun taak serieus opvatten), héél even niet opletten, trok hij de drie bloeiende bloemetjes resoluut van hun steeltje. Het voelde – heel eventjes – alsof die kleine kinderknuistjes ook een ruk aan m’n hart gaven. Een paar knarsende minuten. Net als Klein Meneertje en Meis was ik óók gehecht aan dat bloeiende berichtje van boven. Zo’n heel klein blijmakend hou-vastje. Waar ik elke dag in gedachten even naar zwaaide.

vmvj#21 by somesmallstories 3

Innerlijke tweestrijd. Zou ik ‘m vermanend toespreken? Domweg uitschelden? Of gewoon heel hard zuchten en denken: gij zijt een onnozele gans, maar gelukkig ben jij niet van mij. Terwijl ik stond te wikken en te wegen, realiseerde ik me opeens hoe onzinnig dat zou zijn.

‘Een kindje van zes? Die vindt viooltjes gewoon heel mooi. En wat mooi is, moet je grijpen.’

Zoiets zou jij er van gemaakt hebben.
En je zou hebben moeten grijnzen.

En dus duwde ik m’n hart weer terug op z’n plek, liet Meis de viooltjes vasthouden, vertelde Speelvriendje dat ze inderdaad prachtig waren en gaf ze daarna een nieuw thuis in een mini-vaasje. Het zijn er precies drie.
En aan het restantje van het plantje vond ik net nog één bloemetje in de knop.
Die weet precies wat hem te doen staat. Dat weet ik zeker.

 

X

Geef een reactie