St. Anne Van mei voor jou #09

Sainte Anne – 1867

Het mooiste kerkje dat ik ken staat boven op een berg.
Als haar klokken luiden, schudden de koeien, die ernaast grazen, hun hoofd.
Klokken en bellen. Zo klinken de Alpen.

 


We hebben op deze plek al heel wat voetstappen liggen. De eerste keer dat we er waren zullen we peuters geweest zijn. Er zijn sinds die tijd aardig wat jaren verstreken. (‘Honderduizendmiljoenvijfenveertig’, zou mijn vierjarige waarschijnlijk beweren. Ze zit er niet eens zo heel ver naast.)

Het is de plek waar we – toen we zelf misschien een jaar of dertien waren –  je toevertrouwden dat als we óóit zouden trouwen, het dáár zou zijn.

In dat hele kleine bergkerkje. De plek ook waar we duizendwandelingen maakten en na flink wat kilometers klauteren samen neerploften in de zon. Medaille verdiend! De plek waar de Mont Blanc in al zijn adembenemende pracht en volle glorie zichtbaar kan zijn, maar vaker alleen z’n scherpe puntneus door de wolken prikt. De plek waar je – twee kilometer lager – miniatuurmensjes ziet krioelen en speelgoedautootjes voorbij ziet rijden. Kleine niksjes tussen grote, imposante, oppermachtige bergreuzen. ‘Weet je wat heel goed helpt als je je zorgen maakt? Of als dingen je dwars zitten? Bovenop een berg zitten. Geheid dat dat je perspectief verandert.’ Ook dat vertelde je ons. Boven op die berg. 

vmvj#09 St. Anne (3) by Some small stories
Nog steeds is deze berg, met dit kerkje, een van mijn lievelingsplekken.

Het is er een komen en gaan.

Elke dag opnieuw.

Een pleisterplaats die een bonte karavaan van bezoekers trekt. Wielrenners,
(zon-)dagjesmensen, toeristen, dwalenden, zoekenden en vaste gasten.

En allemaal vinden ze er iets. De top, een lunch ‘en famille’, een stevige wandeling of een lekker lui loopje, een hapje berglucht, of misschien simpelweg een geschikt alpenweitje om een picknickkleedje uit te spreiden.

 


EN rust. Want hoe vol ook buiten, in dat minikerkje is de stilte aan het werk.

St Anne protégez les voyageurs’ staat er op de façade. Het voelt er alsof ze gehoor geeft aan die oproep. Veilig en beschermd. Binnen op de muur prijkt een heel mooi gedichtje. Het hangt bruin gekreukeld in een lijstje, waarschijnlijk al decennia lang: ‘Qui que tu soit, soit le bienvenu.’ Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt, wees welkom.

Er passen misschien net 20 mensen op de eenvoudige houten bankjes.

Wat moeten er al veel gedachten door dit kleine kerkje gedwarreld zijn.

Van vrolijke mensen en blije mensen, van verdrietige en hoopvolle mensen, van mensen die successen hebben geboekt en mensen die kampen met teleurstellingen. Van dankbare, tevreden en vast ook ontevreden mensen. Van ondeugende kinderen en verveelde tieners…

Voor in het kerkje staat een heel klein altaar met een kanten kleedje erop. Ik vraag me altijd af of een nijvere buurtbewoonster dat in een koude winter zou hebben gehaakt. Ernaast een eenvoudig Mariabeeld.
Het babytje op haar arm heeft regenboogkleuren dankzij de zon die door de gebrandschilderde ramen sijpelt.
En er branden kaarsjes. Rijen vol kleine rode houdertjes verlichten de kleine stenen ruimte.


Het liefst zou ik er elke máánd even om het hoekje kijken.

Kan natuurlijk niet, maar het is fijn om er weer even te zijn.Toch is het dit jaar een beetje anders.
Opnieuw komen we er niet om te trouwen, wél voor de allereerste keer om te rouwen. Om een kaarsje aan te steken. Maar óók en vooral, zo hebben we elkaar stellig beloofd, om te vieren.
En waar kan dát nu beter dan hier?

Samen met ‘n supersis steek ik een kaarsje aan.
Onze natte wangen laten we buiten drogen in de zon.

Dan schuiven we aan aan een van de picknicktafels buiten en halen de figues en de tartelettes framboises tevoorschijn. Franse pâtissiers, oh-là-là…

Vier kinderen grijnzen ons toe. Met slagroom op hun neuzen en frambozenjam in hun haren.

‘Vét lekker’, klinkt het met volle mond.

We proosten met thee en koffie en limonade. De koeien zingen in koor met de klokken van St. Anne.
Bim-bam-bel. Het smaakt wonderwel.

X

 

Geef een reactie