Oh yeah… Van mei voor jou #13

Licht uit, spot aan

Natuurlijk weet ik dat de regenboog iets te maken heeft met waterdruppeltjes en de weerkaatsing van de zon, maar da’s de technische kant van het verhaal. En ook ik heb mijn kinderen verteld over de pot met goud aan het einde van de regenboog, zodat ze – iedere keer dat -ie verschijnt – het liefst à la minute van tafel springen om hun laarzen aan te trekken en op expeditie te gaan.
Eigen schuld, had ik ze maar niet zo’n spannend avontuur in het vooruitzicht moeten stellen.

Maar stiekem, stiekem denk ik bij het zien van de regenboog: aha…showtime!

Ik stel me zo voor dat de hemelbewoners – en heus niet alléén de Whitney’s, óók de minder zoetgevooisden -, na het eten hun stoelen aan de kant schuiven en het op een zingen zetten.
De bühnelamp flikkert en gaat aan.
En het podium wordt beschenen door het mooiste palet dat je je maar kunt voorstellen.

Soms is het feest klein en zacht en lieflijk, zoals vandaag. Dat kun je zien. De kleuren verraden een boel.
Maar soms, soms mondt een optreden uit tot een feest dat zijn weerga niet kent.
Dan volstaat één regenboog niet meer. Dan worden het er zomaar twee.

Vanavond was het denk ik Louis die het voortouw nam. Louis Armstrong.

Hij zat daar op een schommelstoel en zong. Een beetje krakerig, zoals dat bij hem hoort.
Zijn lofliedje was tot in de weide omtrek voelbaar. Zélfs hier. Alsof -ie wist dat we daar een beetje behoefte aan hadden. Aan een ereversje op de wereld. Of misschien was het wel een heel subtiel verpakt schopje:
‘Doe in vredesnaam jullie best daar beneden. Be kind, be good, do good. En wel dag in, dag uit graag.’

En ik zwéér je: ik hoorde ze. Die laatste twee woorden.
In zachtroze. In oranje. In groen en in blauw:

‘Oh, yeah…’

Het klonk als een breed grijnzend: ‘Succes er maar mee’.

x

 

Geef een reactie