Noodoproep

Home alone

‘Jahaaaa, we weten ‘t. Als er iets is gaan we eerst even naar de buurvrouw en als het écht dringend is, dan bellen we. Maar alleen als het écht nodig is.’

Bye bye

Je hoeft je niet af te vragen wie het vooral spannend vindt dat we een middag weg zijn. Overstelpt met goede adviezen, verwend (ok, misschien een klein beetje omgekocht) met chipjes én poffertjes (ja, ook daar liggen instructies voor klaar), worden we blij uitgezwaaid door ‘Klein’ Meneertje (11) en Meis (9).
Dag papa en mama, ga maar lekker naar de bioscoop, wij redden ons wel.
(Lees: zodra jullie de deur uit zijn pakken we de I-pad én zetten we de Playstation aan, trakteren onszelf royaal op chips met yoki en hopen dat jullie voorlopig niet terugkomen om knorrig te zeggen dat de I-pads nu zo langzamerhand toch ECHT wel even uit mogen.)

(No) worries

Een beetje onwennig rij ik richting stad. De allereerste keer samen op pad, zónder oppas. Zou het goed gaan? (Waarom zou het niet goed gaan?) Zouden ze niet bang zijn, zo alleen thuis? (Ze zijn niet alleen en bovendien is het midden op de middag en klaarlicht!) Zouden ze de magnetron niet laten ontploffen? (Kom op, ze kunnen lézen, ze weten hoe dat ding werkt).

Let it go

Met m’n hoofd nog een beetje in de piekerstand, loop ik het filmhuis binnen. 
Eenmaal op het rode pluche laat ik m’n zorgen zo goed en zo kwaad als ‘t gaat los. 
Want tjonge, dit is wél luxe, zomaar midden op de dag naar de film. Gezellig geschaard tussen een tiental grijze duiven (die doen dit dus blijkbaar graag én helemaal vrijwillig, zo’n uitje midden op de dag!), besluiten we één telefoon aan te laten staan (want, nou ja, je weet toch maar nooit) en zakken dan – eindelijk – onderuit én in de film. 

S.O.S.

Nog geen kwartier later, krijg ik een por van Manvriend: ‘Krijg net een oproep van thuis. Zal ze even bellen.’ Struikelend over knieën en benen in het donker haast hij zich de zaal uit om een paar minuten later even charmant weer neer te ploffen. Mijn gedachten hebben ondertussen niet stilgestaan. Geschaafde knieën, kapotte tanden, gebroken ledematen, brand? 
‘En?’, fluister ik ongeduldig. ‘Niets aan de hand’, stelt hij me gerust. Om er een seconde later grinnikend aan toe te voegen: ‘Ze hebben een egel gered.’ Ongelovig kijk ik ‘m aan. Laat dat maar even op je inwerken. Daar in die lekkere luie stoel. Middenin dat meeslepende verhaal. 

Rescue rangers

‘Eegie’ blijkt bij thuiskomst een warm onthaal te hebben gekregen. Hij woont in een blauw boodschappenkratje, op een bijpassende blauwe theedoek (‘Lekker zacht, mam!’) is rijkelijk voorzien van kattenbrokjes én verse blaadjes (‘Hebben we opgezocht: op de I-pad’) en dankzij een tweede kratje als ‘dak op z’n huisje’ niet ten prooi gevallen aan passerende poezen, al probeerde hij wel ‘steeds te ontsnappen’.

 

Slimpies

Goed gegaan? Absoluut! Bang geweest? Geen seconde. Zelfredzaam? Meer dan dat.
‘We hebben alleen helemaal geen tijd gehad om op de I-pad te spelen want we moesten de hele tijd voor Eegie zorgen. Mogen we nu eindelijk….’

 

♥ Caroline 



PS Eegie woont inmiddels weer in de vrije natuur. Omdat –ie daar hoort. 
Dat was wel even lastig, vooral voor Meis. Héb je zo’n schattig nieuw huisdier, moet je ‘m weer vrijlaten én blootstellen aan allerlei gevaren. Maar houden van is óók een beetje loslaten. 
‘Mmm, dat ís misschien wel lief’, snapt Meis, ‘maar voelt STOM’. 
Ik ben de allerlaatste om daar wat tegenin te brengen. 

Geef een reactie