De jonge onderzoeker

VERSTOPPERTJE


Met m’n hoofd ondersteboven in een stinkende vuilniszak (ja lieve mensen, zo verschoon ik de kattenbak), hoor ik Klein Meneertje roepen. Ik sta in de gang, het geluid klinkt van ver.
‘Ma-am, je moet me NU even komen zoeken.’ Nu is Klein Meneertje niet meer zo heel klein (10),
maar verstoppertje spelen blijft leuk. Vind ik ook. Maar niet als ik net in de poeplucht van onze bejaarde damespoes sta. En dus draai ik me zuchtend om, kom half overeind en roep ik terug dat ik er zo aankom. ‘Even geduld, ben bezig.’


SAY WHAT?

Op de een of andere manier is dat nog steeds geen antwoord dat lekker landt bij mijn oudste. Laat staan duidelijkheid schept. Hoezo even geduld? Je bent m’n moeder. Op afroep beschikbaar. En wel maintenu.
Jajaja, ik weet het grenzen, grenzen. Ik denk dat ik ze duidelijk aangeef. Hij treedt ze met voeten.
Of met laarzen. Liever nog met bergstampers in maat 45.


GEDULD, GEDULD…

Anyway. Ik ververs de wc van de poes, hoor Klein Meneertje ondertussen voor de zesde keer roepen dat ik nu toch ECHT moet komen, negeer z’n geschreeuw, werp de vuilniszak buiten in de container en loop dan pas naar de keuken waar het geluid vandaan komt. 

EUH?

Ik frons m’n voorhoofd. Vreemd, niet achter een kast, niet achter het gordijn. 
Waar verstopt een tienjarige zich dán in een keuken. Met z’n anderhalve meter past –ie inmiddels écht niet meer in een laatje, naast de pakken melk en yoghurt in de koelkast is ook geen plek meer en toch klinkt z’n stem gesmoord. 

NEE, HÈ…

O yuk, denk ik bij mezelf.
Die prullenbak.
Waar ik net de vuilniszak uit gehaald heb.
Die een beetje lekte.
Met een paar stappen been ik richting het vieze ding, maar ik heb me vergist. Leeg!

BINGO!

Net op het moment dat ik het op wil geven, klinkt er een onderdrukt gegiechel uit een van de onderkastjes. Hè?
Een hokje van zestig centimeter? Met een rood hoofd (van het opgevouwen zitten of de lol, dat laat ik in het midden) rolt –ie – als een duveltje uit een doosje – ondersteboven uit de kast op de keukenvloer.

Hij grijnst me toe.

“IK WILDE WELEENS WETEN HOE HET WAS.
ALS PAN.
IN ZO’N KASTJE.”


‘En?’, vraag ik quasi serieus.
‘Nou…, donker. Maar best relaxed eigenlijk. Er gebeurt daar vrij weinig.’

Waarvan akte.


CAROLINE + JUDITH

Geef een reactie